Indien de Eerste Kamer op een later moment akkoord gaat met het wetsvoorstel voor de Wet werkelijk rendement box 3, dan zal vanaf 2028 het werkelijke rendement op jouw vermogen belast worden in box 3.
Het werkelijke rendement omvat reguliere voordelen, zoals rente op bank- en spaarrekeningen, dividenden van beleggingen en huuropbrengsten. Daarnaast vallen verkoopwinsten en -verliezen op beleggingen en andere bezittingen ook onder dit rendement.
Naast gerealiseerde rendementen worden ook ongerealiseerde rendementen meegenomen. De jaarlijkse waardeontwikkeling van jouw beleggingen en andere bezittingen zullen vanaf 2028 meetellen als jouw werkelijke rendement. Voor deze bezittingen geldt een vermogensaanwasbelasting.
Voor onroerende zaken geldt dat het werkelijke rendement, naast het directe rendement zoals huuropbrengsten, ook gerealiseerde winsten of verliezen omvat, bijvoorbeeld bij verkoop van de onroerende zaak. Echter, je hoeft bij onroerende zaken vanaf 2028 de jaarlijkse waardeontwikkeling niet mee te rekenen in jouw werkelijke rendement. Hierop is een uitzondering gemaakt voor vermogenswinstbelasting. Dit geldt ook voor aandelen in start-ups en scale-ups.
Let op! De Tweede Kamer heeft de regering opdracht gegeven om een duidelijke en afgebakende definitie voor familiebedrijven op te stellen en te onderzoeken hoe aandelen in deze bedrijven belast kunnen worden via vermogenswinstbelasting in plaats van vermogensaanwasbelasting in het nieuwe box 3-stelsel.
Voor onroerende zaken die minder dan 90% van het jaar verhuurd zijn, wordt een vastgoedbijtelling van 3,35% van de WOZ-waarde toegepast, mits deze hoger is dan de werkelijke huurinkomsten. Dit betekent dat zelfs als de onroerende zaak volledig niet verhuurd is, zoals een vakantiewoning voor eigen gebruik, je altijd een rendement van 3,35% van de WOZ-waarde in aanmerking moet nemen.
Let op! De vastgoedbijtelling staat onder toezicht van de Tweede Kamer. Deze heeft de regering gevraagd om het percentage vastgoedbijtelling waar mogelijk vóór 1 januari 2028 te actualiseren, aanvullend onderzoek te doen naar rendementen van specifiek vakantiewoningen en te verkennen hoe een uitvoerbare tegenbewijsregeling kan functioneren.
Bij het berekenen van jouw werkelijke rendement mag je vanaf 2028 rekening houden met kosten zoals betaalde rente, kosten van bankrekeningen, kosten bij aan- en verkoop van jouw beleggingen en andere bezittingen en de onderhoudskosten van jouw onroerende zaken.
Het voorgestelde belastingtarief in box 3 vanaf 2028 bedraagt 36%. Dit betekent dat je 36% belasting betaalt over jouw werkelijke rendement, verminderd met een heffingsvrij inkomen van € 1.800.
Let op! Als je in een jaar een negatief rendement hebt, mag je dat aftrekken van positieve rendementen in latere kalenderjaren. Houd er echter rekening mee dat er een verliesdrempel van € 500 geldt; de eerste € 500 aan negatief rendement is dus niet verrekenbaar.
In het huidige box 3-stelsel wordt er nog gewerkt met een forfaitair rendement, onderverdeeld in bank- en spaartegoeden, schulden en overige bezittingen. Als jouw werkelijke rendement lager is, kun je gebruikmaken van de tegenbewijsregeling. In het nieuwe stelsel vanaf 2028 wordt alleen het werkelijke rendement belast.
De manier waarop het werkelijke rendement vanaf 2028 berekend wordt, verschilt ook van de methode die gebruikt wordt tot en met 2027 onder de tegenbewijsregeling.
Als voorwaarde voor de implementatie van het nieuwe box 3-stelsel was dat de Tweede Kamer uiterlijk 15 maart 2026 instemt. Dat is inmiddels gerealiseerd. Let er wel op dat de Eerste Kamer ook nog goedkeuring moet geven; voor deze stemming is nog geen deadline bekend.
Het nieuwe box 3-stelsel vanaf 2028 is controversieel. De Tweede Kamer stemde met enige tegenzin in, vooral vanwege de vermogensaanwasbelasting. Ook in het coalitieakkoord is vastgesteld dat de nieuwe coalitie het box 3-stelsel wil omvormen van een vermogensaanwasbelasting naar een vermogenswinstbelasting.
De Tweede Kamer heeft de regering de opdracht gegeven om zo snel mogelijk, maar uiterlijk met het Belastingplan 2029, een box 3-stelsel op basis van vermogenswinstbelasting voor te stellen, inclusief de benodigde dekkingsopties. Daarnaast zijn er andere opdrachten meegegeven met betrekking tot verschillende onderdelen van het nieuwe box 3-stelsel.
```