In deze advieswijzer geven we je informatie over de volgende onderwerpen:

Niet elke auto die gebruikt wordt voor het vervoer van goederen wordt fiscaal als een bestelauto gezien. Er bestaan verschillende typen bestelauto’s, zoals voertuigen met een open laadbak, verhoogd dak of dubbele cabine. Iedere variant heeft unieke inrichtingseisen. Bij sommige bestelauto’s zijn bepaalde zijruiten toegestaan, terwijl dit bij andere niet het geval is.
Let op! Bij bestelauto’s is het vaak toegestaan om één zijruit rechts in de laadruimte te hebben. Echter, veel bestelauto’s zijn fabrieksmatig uitgerust met meerdere zijruiten. Om als fiscale bestelauto erkend te worden, moeten deze zijruiten verwijderd en vervangen worden door panelen van ondoorzichtig materiaal. Deze moeten stevig en onafgebroken aan de carrosserie bevestigd zijn. De Belastingdienst stelt dat de blinderingseis ook kan gelden als de zijruit aan de buitenkant niet verwijderd wordt, mits aan de binnenkant het juiste materiaal is aangebracht. Dit voorkomt onnodige kosten terwijl de blindering effectief blijft.
Tip! Voor een compleet overzicht van de inrichtingseisen per type bestelauto, zie de website van de Belastingdienst.
Let op! Als je bestelauto niet aan deze eisen voldoet, zijn de fiscale voordelen van een bestelauto niet van toepassing.
Bij de aanschaf van een bestelauto kan je mogelijk gebruikmaken van de Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) en als je een nieuwe waterstof-bestelauto aanschaft, gelden er twee fiscale regelingen: KIA en de Milieu-investeringsaftrek (MIA).
Als je een bestelauto aanschaft die onderdeel is van je ondernemingsvermogen, heb je recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Dit bedrag kan je aftrekken van de winst. De KIA is van toepassing op zowel nieuwe als gebruikte bestelauto’s. Het KIA-bedrag hangt af van het totale investeringsbedrag dat je doet in een jaar en bedraagt maximaal 28% van het investeringsbedrag. Je komt in aanmerking voor de KIA als het investeringsbedrag meer dan €2.900 en niet meer dan €398.236 is. Kijk hier voor verdere uitleg en voorwaarden.
Voor een nieuwe waterstof-bestelauto heb je in 2026 recht op 45% milieu-investeringsaftrek (MIA). Dit bedrag kan je aftrekken van de winst, waarbij het bedrijfsmiddel voor 90% van het investeringsbedrag – met een maximum van €125.000 – in aanmerking komt voor de MIA. Bij een waterstof-bestelauto van bijvoorbeeld €75.000 krijg je MIA over een bedrag van €67.500.
Let op! Als je gebruikmaakt van de MIA, kan je niet tevens de Subsidieregeling Waterstof in Mobiliteit (SWIM) toepassen, en vice versa. Zorg ervoor dat je voor de investering berekent wat het meeste oplevert. Bijtelling: wat zijn de regels?
Als een bestelauto ter beschikking wordt gesteld, heb je in principe te maken met bijtelling. Voor ondernemers in de inkomstenbelasting wordt deze bijtelling verwerkt in de aangifte inkomstenbelasting. Werknemers, inclusief dga’s, regelen dit via de loonadministratie en loonheffing. Voor bestelauto’s is er echter geen bijtelling in onderstaande situaties:
- Privékilometers maximaal 500 km
De bijtelling blijft achterwege als je kunt aantonen dat je in het jaar niet meer dan 500 km privé hebt gereden met de bestelauto. Hoewel rittenregistratie niet verplicht is, is het verstandig om een goede administratie bij te houden omdat bewezen moet worden dat je niet meer dan 500 km privé rijdt. Er zijn ook automatische registratiesystemen beschikbaar. Voor werknemers is er de optie om een ‘verklaring geen privégebruik’ aan te vragen voor personeel dat minder dan 500 km privé rijdt. Als werkgever hoef je geen rekening te houden met bijtelling als je deze verklaring hebt en er geen aanwijzingen zijn dat de werknemer zich er niet aan houdt. Eventuele controles vinden plaats bij de werknemer, en correcties worden daar ook toegepast.
Let op! Voor ondernemers in de inkomstenbelasting bestaat deze optie niet.
- Bijna uitsluitend geschikt voor goederenvervoer
Als de bestelauto hoofdzakelijk gebruikt wordt voor goederenvervoer, geldt de standaardbijtelling niet. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de bestelauto te vuil is voor privégebruik, zoals de klusjesauto van een garage met vieze bekleding. Een bestelauto met slechts één zitplaats, waarbij de bevestigingspunten voor extra stoelen zijn verwijderd of dichtgelast, wordt ook geacht bijna uitsluitend voor goederenvervoer geschikt te zijn. Is er wel een tweede zitplaats, maar is deze nodig voor het laden en lossen, dan is de auto nog steeds bijna uitsluitend geschikt voor goederenvervoer.
Onder bepaalde omstandigheden kunnen ook andere bestelauto’s als bijna uitsluitend voor goederenvervoer aangemerkt worden. Een rechter heeft eerder een bestelauto gekwalificeerd die stellages in de laadruimte had voor planten. Twijfel je? Neem contact op met je inspecteur. Als bestelauto’s die bijna uitsluitend voor goederenvervoer privé worden gebruikt, moet het privévoordeel als loon worden gerekend. Hiervoor gebruik je de kilometerkostprijs vermenigvuldigd met het aantal privékilometers.
- Uitsluitend zakelijk gebruik
Bij een bestelauto die volledig zakelijk wordt gebruikt is er geen bijtelling. Hiervoor moet je een ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ aanvragen bij de Belastingdienst. Rittenregistratie is dan niet nodig. De Belastingdienst kan controleren of je de bestelauto daadwerkelijk nooit privé gebruikt. Als de Belastingdienst vermoedt dat je dit toch doet, kunnen ze vragen om bewijs van zakelijk gebruik. Kun je dit niet aantonen, dan kan dit leiden tot een naheffing of boete.
Let op! Met de ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ mag je de bestelauto echt niet voor privédoeleinden gebruiken, inclusief het ophalen van kinderen van de opvang op de route van werk naar huis. Hier geldt dus geen 500 km grens.
De ‘Verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto’ kan zowel door werknemers als door ondernemers in de inkomstenbelasting worden aangevraagd.
Daarnaast geldt dat ook in onderstaande situaties de bijtelling voor een bestelauto niet van toepassing is. Deze situaties zijn meestal niet van toepassing op de ondernemer in de inkomstenbelasting en de dga.
- Privégebruik verboden
Als het privégebruik van de bestelauto verboden is, geldt de bijtelling niet, op voorwaarde dat je als werkgever controleert of de auto niet privé wordt gebruikt. Gebeurt dit desondanks, moet er – naast het betalen van bijtelling – een forse sanctie volgen voor de werknemer. De verbodsbepaling en sancties bij overtreding moeten schriftelijk worden vastgelegd. Dit geldt alleen voor dga’s als er sprake is van een reëel verbod, wat niet het geval is als de dga zelf controle uitoefent.
- Privégebruik onmogelijk
Als het onmogelijk is om privé gebruik van de bestelauto te maken, blijft de bijtelling ook achterwege. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als de sleutels van de auto ’s avonds moeten worden ingeleverd of als de bestelauto op een beveiligd terrein geparkeerd wordt.
- Doorlopend afwisselend gebruik
Als een bestelauto doorlopend en afwisselend door verschillende medewerkers wordt gebruikt, is er geen bijtelling als het privégebruik hierdoor moeilijk vast te stellen is. Dit is niet het geval als bijvoorbeeld twee werknemers om de week privé gebruikmaken van de auto. Dan is het privégebruik wel vast te stellen. Bij doorlopend afwisselend gebruik moet de werkgever in plaats van bijtelling per bestelauto €451 aan belasting betalen via de eindheffing. Dit moet door de aard van het werk gefundeerd zijn.
Let op! Een rechter heeft bepaald dat de eindheffing niet wegneemt dat er bijtelling geldt voor ondernemers als de bestelauto ook aan hen ter beschikking staat.
Als je als ondernemer een bestelauto tot je beschikking hebt die tot je ondernemingsvermogen behoort, is de bijtellingsregeling van toepassing.
De bijtelling is het bedrag dat je vanwege privégebruik niet kunt aftrekken van de winst. Dit bedrag kan niet negatief zijn, oftewel de bijtelling kan nooit hoger zijn dan de werkelijke autokosten (inclusief afschrijving).
Voor werknemers en dga’s die een bestelauto ter beschikking krijgen, wordt de bijtelling als loon behandeld. De werkgever is verplicht hierover loonheffing in te houden.
De bijtelling is een percentage van de cataloguswaarde en is afhankelijk van het jaar waarin de auto voor het eerst op kenteken is gezet. Dit percentage blijft 60 maanden geldig en daarna wordt het percentage vastgesteld op basis van de dan geldende wetgeving. De bijtelling bedraagt 22% voor auto’s die in 2026 voor het eerst geregistreerd zijn, en voor bestelauto’s die niet volledig elektrisch zijn of op waterstof of zonne-energie rijden. Voor volledig elektrische bestelauto’s is de bijtelling in 2026 18% van de cataloguswaarde tot maximaal €30.000 en 22% over het meerdere. Voor het jaar 2017 bedraagt de bijtelling 20% van de cataloguswaarde tot maximaal €30.000 en 22% over het meerdere. Vanaf 2028 geldt een bijtelling van 22% over de gehele catalogusprijs. Voor waterstof- of zonne-energie bestelauto’s geldt in 2026 een bijtelling van 18% en 20% in 2027 over de volledige cataloguswaarde. Vanaf 2028 geldt ook hier 22% bijtelling.
Voorbeeld
Werknemer A heeft een niet-elektrische bestelauto met een cataloguswaarde van €50.000 die in 2026 voor het eerst op kenteken is gezet. Werknemer B heeft een elektrische bestelauto met dezelfde cataloguswaarde die ook in 2026 is geregistreerd.
Bijtelling werknemer A: €50.000 x 22% = €11.000
Bijtelling werknemer B: €30.000 x 18% + €20.000 x 22% = €5.400 + €4.400 = €9.800.
Als een werknemer vaak ritten met de bestelauto maakt, kan een uitgebreide rittenregistratie erg belastend zijn voor zowel werkgever als werknemer. In dit geval mag de werknemer, om praktische redenen, het aantal gereden privékilometers bewijs met een combinatie van een vereenvoudigde rittenregistratie en de zakelijke adressen in de (project)administratie van de werkgever. De werkgever moet hiervoor schriftelijk met de werknemer afspreken dat de werknemer een vereenvoudigde rittenregistratie bijhoudt, dat privégebruik tijdens werk- en lunchtijden niet is toegestaan, en dat de werkgever de zakelijke adressen in zijn administratie bewaart. Voor een vereenvoudigde rittenregistratie kan je desgewenst gebruikmaken van de bijgevoegde voorbeeldafspraak.
Bij de aanschaf van een nieuwe auto, bestelauto of motorfiets betaal je bpm. Dit geldt ook voor het importeren van zo’n voertuig. De bpm wordt berekend op basis van de CO2-uitstoot en de nettocatalogusprijs. Voor voertuigen zonder CO2-uitstoot betaal je geen bpm. Sinds 1 januari 2025 komen ondernemers niet meer in aanmerking voor een bpm-vrijstelling bij de aanschaf van een bestelauto.
Als je in Nederland met een voertuig de openbare weg opgaat, ben je in principe motorrijtuigenbelasting verschuldigd. Hoeveel mrb je voor een bestelauto vereist, hangt af van het gewicht, de brandstofsoort en de milieu-impact van het voertuig. Voor ondernemers geldt er, onder voorwaarden, een lager mrb-tarief. De belangrijkste voorwaarde is dat de bestelauto meer dan 10% zakelijk gebruikt wordt, en je moet dit kunnen aantonen. Rittenregistratie is hiervoor niet verplicht.
Daarnaast is er een korting op het mrb-tarief voor auto’s zonder CO2-uitstoot. Elektrische voertuigen krijgen in 2026, 2027 en 2028 een korting van 30% op het standaardtarief. In 2029 daalt de korting naar 25%, en in 2030 vervalt deze volledig. Voor plug-inhybride voertuigen is er vanaf nu het reguliere mrb-tarief. Voor emissieloze bestelauto’s is er in 2026 geen korting meer, dus dan betaal je het standaard mrb-tarief. Ook de gewichtscorrectie van 125 kg is vanaf 2026 afgeschaft, waardoor je meer mrb betaalt.
Stel, je rijdt in een dieselbestelauto van 1.300 kilo. Als particulier betaal je €352 mrb per kwartaal. Als ondernemer komt het tarief uit op slechts €121 per kwartaal.
Invoering zero-emissiezones
Bij de invoering van een zero-emissiezone in de gemeente mogen uitsluitend elektrische trucks en bestelauto's in die zone rijden. Dit helpt CO2-uitstoot te verminderen. Inmiddels hebben verschillende gemeenten zulke zones ingesteld en worden er boetes uitgedeeld voor het betreden van deze zones met vervuilende voertuigen. De boetes beginnen bij €120, plus administratiekosten.
Met ingang van 2027 zijn werkgevers die personeel fossiele personenauto’s ter beschikking stellen, verplicht extra belasting te betalen. De heffing bedraagt jaarlijks 12% van de cataloguswaarde. Deze maatregel is echter niet van toepassing op bestelauto’s, zodat het ter beschikking stellen van een bestelauto in 2027 geen extra kosten met zich meebrengt.
Heb je vragen over deze advieswijzer? Neem dan contact op met een van onze adviseurs.
Disclaimer
Bij het samenstellen van deze advieswijzer is uiterste zorg in acht genomen, maar we aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden of onvolledigheden. Vanwege het brede en algemene karakter is deze advieswijzer niet bedoeld om alle benodigde informatie te geven voor financiële beslissingen.