Wanneer je een pand koopt, ben je verplicht om overdrachtsbelasting te betalen. Voor niet-woningen, zoals een kantoor, ligt het tarief momenteel op 10,4%. Voor woningen daarentegen geldt een lager tarief van 2%.
Mocht je als jongvolwassene onder de 35 jaar een woning kopen met een waarde tot € 525.000 (in 2025), dan kun je mogelijk in aanmerking komen voor een vrijstelling. Het is belangrijk dat je de woning na de aankoop als ‘hoofdbewoning’ gaat gebruiken. Dit betekent dat je er duurzaam moet gaan wonen en dit dient schriftelijk vastgelegd te worden.
Een interessant voorbeeld betreft een vrouw die een woning kocht en deze door de notaris liet leveren, maar pas twee jaar later verhuisde. Gedurende deze periode verbleef ze bij haar ouders omdat de woning van de verkoper nog gebouwd moest worden. Er was afgesproken dat de verkopers maximaal twee jaar in de woning zouden blijven wonen.
De rechtbank besloot dat de vrouw de woning niet als hoofdverblijf gebruikte omdat de verkopers tot maximaal twee jaar na de notariële levering in de woning bleven wonen. Daarom had de vrouw geen recht op de vrijstelling of het verlaagd tarief van 2%.
De centrale vraag voor het gerechtshof was of je de duurzame bewoning snel na de notariële levering moet starten om gebruik te maken van de vrijstelling met het 2% tarief.
Het gerechtshof besloot van niet. De wet stelt geen voorwaarden met betrekking tot de termijn van de aanvang van duurzame bewoning. Bovendien is het duidelijk dat de wetgever rekening hield met gevallen waarin gekochte woningen niet onmiddellijk als hoofdverblijf worden gebruikt. Met deze overwegingen concludeerde het gerechtshof dat de vrouw, als starter op de woningmarkt met de intentie om duurzaam in haar woning te wonen, recht had op de vrijstelling. De inspecteur was het bovendien eens dat zij niet te vergelijken was met een belegger. Het feit dat ze niet binnen een bepaalde termijn in de woning was gaan wonen, had in dit geval geen invloed op de uitkomst van het oordeel.