Een werkneemster was sinds 1 december 2018 werkzaam bij haar werkgever. Op 29 mei 2024 gaf ze haar arbeidsovereenkomst op, die per 1 juli 2024 zou ingaan. In augustus 2024 besloot de werkgever een bonus, gelijk aan haar brutomaandsalaris, uit te keren aan de werknemers die nog in dienst waren. Hierdoor viel de vertrokken werkneemster buiten de boot.
De werkneemster was het hier niet mee eens en besloot naar de kantonrechter te stappen. Ze stelde dat er tijdens een personeelsbijeenkomst op 3 juni 2024 een duidelijke en onvoorwaardelijke belofte was gedaan over het uitbetalen van de bonus in augustus.
De werkgever had een andere visie. Hij stelde dat er pas recht op de bonus bestond wanneer de transactie, waar op 3 juni 2024 naar werd verwezen, was afgerond. Hij benadrukte dat werknemers die aanspraak wilden maken op de bonus in augustus, daadwerkelijk nog in dienst moesten zijn, omdat de bonus gelijktijdig met het salaris van augustus werd betaald. Daarnaast verwees de werkgever naar het Personeelshandboek, waaruit bleek dat de werkneemster niet onder de voorwaarden van de bonusregeling viel.
De kantonrechter gaf de werkneemster gelijk, omdat zij had mogen aannemen dat er een onvoorwaardelijke toezegging was gedaan. Bovendien vond de rechter dat de werkgever niet helder genoeg was over de gestelde voorwaarden. Volgens de rechter leek de verwijzing naar het uitbetaalmoment meer een uitleg te zijn over hoe de beloning zou worden uitgevoerd, in plaats van een strikte voorwaarde om in aanmerking te komen voor de bonus.
De werkgever moet de bonus nu aan de werkneemster uitbetalen, inclusief de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten.
Tip! Wees altijd helder naar je personeel over de eventuele voorwaarden voor de toekenning van een bonus. Zorg ervoor dat deze voorwaarden duidelijk opgenomen zijn in je personeelsreglement en herinner je personeel regelmatig aan het reglement.