Recentelijk stond de bovenstaande kwestie centraal in de rechtbank Gelderland. In deze zaak had een gemeente aan een fruitteler toeristenbelasting en verblijfsbelasting opgelegd voor de jaren 2021 en 2022. De fruitteler had Poolse fruitplukkers in dienst en bood hen gratis onderdak op zijn eigen terrein.
De verordening waarop de aanslagen van toeristenbelasting en verblijfsbelasting waren gebaseerd, stelde dat deze belastingen betaald moesten worden bij het verblijf van niet-ingeschreven personen in de gemeente, tegen een vergoeding 'in welke vorm dan ook'.
Volgens de gemeente was voor de belastingheffing voldoende dat er een relatie bestond tussen het werk en het verblijf van de betrokken personen. Echter, de rechtbank was het hier niet mee eens. De fruitteler heeft namelijk bewezen dat de plukkers volgens de cao werden betaald en niet meer verdienden dan de werknemers die niet op het terrein verbleven.
De fruitteler gaf aan dat hij kosteloos onderdak bood omdat hij moeite had om voldoende personeel te werven. De fruitplukkers konden ook bij ziekte op het terrein blijven, want ze reisden gezamenlijk per bus naar en van Polen. De rechtbank concludeerde dan ook dat er geen sprake was van verblijf tegen vergoeding, waardoor de fruitteler in het gelijk werd gesteld. Zowel de aanslag voor toeristenbelasting als de aanslag voor verblijfsbelasting zijn vernietigd.