Wanneer kun je de uitzendregeling toepassen?

Om de uitzendregeling te kunnen toepassen, dien je een verzoek in te dienen. Je kunt deze regeling gebruiken als:
- jij of jouw fiscale partner al minimaal één jaar de eigenaar van de woning bent, en
- de woning minimaal één jaar jouw hoofdverblijf is op het moment dat je tijdelijk ergens anders gaat wonen vanwege een uitzending of overplaatsing, en
- je na afloop van de uitzending of overplaatsing weer in de woning terugkeert, en
- je tijdens de uitzending of overplaatsing niet in een andere eigen woning als hoofdverblijf gaat wonen, en
- er in principe geen anderen in jouw woning wonen terwijl jij elders verblijft.
Bepaalde personen mogen wél in jouw woning verblijven
Momenteel is het toegestaan dat bepaalde personen in jouw woning verblijven, zonder dat dit de toepassing van de uitzendregeling in de weg staat. Dit betreft jouw fiscale partner of degene die direct vóór jouw uitzending of overplaatsing jouw fiscale partner was. Daarnaast geldt deze goedkeuring ook voor jouw kinderen of de kinderen van jouw fiscale partner of degene die direct vóór jouw uitzending of overplaatsing jouw fiscale partner was. Ook personen die al minimaal één jaar tot jouw huishouden behoren op het moment dat jij tijdelijk ergens anders gaat wonen (zoals een hulpbehoevende ouder) zijn toegestaan.
Let op! Om gebruik te maken van deze goedkeuring, mogen deze personen geen huur of andere vergoedingen aan jou betalen.
Uitbreiding van de groep personen in de wet
Met ingang van 2026 wordt de goedkeuring van de genoemde personen die in jouw woning mogen verblijven tijdens de toepassing van de uitzendregeling wettelijk vastgelegd.
Vanaf 2026 zullen er echter nog meer personen worden toegestaan in jouw woning tijdens het gebruik van de uitzendregeling. Andere bloed- en aanverwanten in de rechte neerwaartse lijn, zoals jouw kleinkind of achterkleinkind, mogen ook in jouw woning verblijven als jij op uitzending bent.
Let op! De wijzigingen zijn opgenomen in het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2026. Op 23 september 2025 heeft de Tweede Kamer dit wetsvoorstel goedgekeurd, maar de Eerste Kamer moet nog instemmen. Hierdoor zijn de wijzigingen nog niet definitief.