Recentelijk heeft staatssecretaris Van Oostenbruggen gereageerd op een evaluatie en twee moties. In zijn reactie wordt benadrukt dat initiatieven met maatschappelijke waarde gewaardeerd worden en dat de fiscale mogelijkheden voor ANBI's en SBBI's hieraan moeten blijven bijdragen. Om misbruik van deze regelingen te beperken, is het noodzakelijk dat de handhaving verbetert.
De evaluatie toont aan dat het onduidelijk is of de regelingen effectief en doelgericht zijn door een gebrek aan gegevens. Ter verbetering zou er een digitale portal gecreëerd moeten worden, of andere digitaliseringsmethoden onderzocht moeten worden. Ook sectorale regelgeving, gedragscodes en zelfregulering kunnen hier positief aan bijdragen. De staatssecretaris heeft aangegeven deze aanbevelingen serieus te willen oppakken.
De staatssecretaris streeft naar een nauwere samenwerking met de sector, onder andere door het sluiten van convenanten. Tevens is hij van mening dat een ANBI of SBBI minimaal een aantal bestuurders moet hebben. Over deze kwestie wil hij gesprekken aangaan met de betrokken partijen.
In de praktijk zijn er constructies ontstaan met ANBI’s en landgoederen die voldoen aan de eisen van de Natuurschoonwet (NSW-landgoederen). Deze situaties worden nader onderzocht, en indien nodig, zal wetgeving worden aangepast.
Elk jaar worden duizenden ANBI's opgeheven of blijken ze niet meer aan de ANBI-status te voldoen. Het is onduidelijk in hoeverre dit gerelateerd is aan misbruik of onterecht gebruik van de ANBI-status. Er wordt onderzocht hoe de verplichtingen voor deze voormalige ANBI's aangescherpt kunnen worden.
Er wordt aangegeven dat de SBBI-status ook kan vervallen. De staatssecretaris laat het aan een volgend kabinet om hierover wetgeving in te voeren.
```