Voor het Hof werd duidelijk dat het van belang is om te bepalen of een specifiek voetbed dient ter aanvulling en ondersteuning van ontbrekende voetdelen. Belangrijk is dat de ontbrekende delen zich richten op de externe aspecten van de voet. Alleen in dit geval geldt het verlaagde btw-tarief van 9%. In alle andere situaties is het hogere tarief van 21% van toepassing.
Een orthopedisch voetbed is een medisch hulpmiddel dat ervoor zorgt dat de voet in de juiste positie komt en deze vasthoudt. Het is ontworpen om de stand van de voet te corrigeren en stabiliseren, zodat functieverlies van de voet wordt voorkomen. Dit type voetbed is dus geen aanvulling op de voet, het is een geheel andere categorie dan een prothese.
Aangezien orthopedische voetbedden niet bedoeld zijn voor voeten waarbij delen ontbreken, zoals één of meer tenen, is het hogere btw-tarief van toepassing. Het Hof vond dat het aantal objectieve, duidelijke en nauwkeurige criteria voldoende zijn om het verschil in btw-tarief tussen hoog en laag vast te stellen.
Het feit dat orthopedische maatkorsetten onder het lagere btw-tarief vallen, verandert de situatie voor orthopedische voetbedden niet. Deze hulpmiddelen hebben immers een andere functie, en het toepassen van verschillende btw-tarieven beïnvloedt de fiscale neutraliteit niet. Het Hof steunde dan ook de inspecteur, waardoor het hoge btw-tarief van 21% van toepassing blijft op orthopedische voetbedden.