
Op 12 februari 2026 heeft de Tweede Kamer gestemd over het wetsvoorstel voor de Wet Werkelijk Rendement Box 3. Dit nieuwe stelsel, dat in 2028 van kracht moet worden, is gebaseerd op daadwerkelijk gerealiseerde rendementen.
Samengevat, de wet definieert werkelijke rendementen als de som van zowel gerealiseerde als ongerealiseerde rendementen. Dit houdt in dat naast reguliere opbrengsten ook de jaarlijkse waardeveranderingen van bijvoorbeeld beleggingen meetellen in het werkelijke rendement. Er zijn echter uitzonderingen voor onroerende goederen en aandelen van start-ups en scale-ups. Voor deze activa geldt dat alleen het gerealiseerde rendement, bijvoorbeeld bij verkoop, meetelt voor het werkelijke rendement.
Het coalitieakkoord roept op om het nieuwe box 3-stelsel om te vormen naar een volledige vermogenswinstbelasting, met enkele uitzonderingen. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel niet unaniem gesteund en heeft de regering opgedragen om voor het Belastingplan 2029 een box 3-stelsel dat gebaseerd is op volledige vermogenswinstbelasting te presenteren, inclusief mogelijke dekking.
Bovendien heeft de Tweede Kamer enkele aanvullende opdrachten gegeven aan de regering:
Let op! Recentelijk heeft de Tweede Kamer ook de opdracht gegeven om in het nieuwe box 3-stelsel een achterwaartse verliesverrekening van minimaal één jaar te implementeren.
Kabinet staatssecretaris van Financiën Eelco Eerenberg verklaarde in een Kamerbrief van 6 maart 2026 dat het huidige box 3-stelsel niet langer dan tot en met 2027 wordt voortgezet. De invoering van het nieuwe box 3-stelsel vanaf 2028 is noodzakelijk, aangezien het huidige systeem niet meer houdbaar is, aldus de staatssecretaris.
Het kabinet overweegt om het nieuwe box 3-stelsel op twee momenten aan te passen:
In maart zal een soepelere definitie van startende ondernemingen ter internetconsultatie worden aangeboden. De huidige definitie in het wetsvoorstel voldoet niet aan de kenmerken van start-ups en scale-ups. Het nieuwe wetsvoorstel verbetert dit en zal per 1 januari 2028 worden opgenomen in de Wet Werkelijk Rendement Box 3.
Let op! Tijdens Prinsjesdag 2026 wordt verwacht dat er meer helderheid komt over de aanpassingen in het huidig wetsvoorstel en dat tevens de budgettaire dekking zichtbaar zal zijn.