
De hoeveelheid stikstof die jij mag uitstoten, is afhankelijk van de vereiste omgevingsvergunning. In bepaalde situaties kan de stikstofdispositieruimte, oftewel het recht om stikstof uit te stoten, door andere ondernemers gebruikt worden. Dit betekent dat zij jou een vergoeding betalen voor deze ruimte, die jij beschikbaar stelt na aanpassing van jouw bedrijfsactiviteiten.
De Belastingdienst beschouwt stikstofdispositieruimte als een zelfstandig bedrijfsmiddel. In een eerder besluit, d.d. 27 oktober 1998, nr. DB98/2669M, is vastgesteld dat ammoniakrechten ook als zelfstandig bedrijfsmiddel gelden. Aangezien stikstofdispositieruimte qua waarde en functie vergelijkbaar is, geldt deze zienswijze ook voor deze rechten. Ondersteuning voor deze benadering is te vinden in eerdere rechtspraak.
Volgens de Belastingdienst is het niet mogelijk om stikstofdispositieruimte af te schrijven. Dit komt doordat de omgevingsvergunning die aan de stikstofdispositieruimte verbonden is, geen einddatum kent.
Er bestaat de mogelijkheid om een Herinvesteringsreserve (HIR) op te bouwen voor de vergoeding die jij ontvangt voor het recht om stikstof uit te stoten. Dit is een compensatie voor de vervreemding van een zelfstandig bedrijfsmiddel. Natuurlijk moet je voldoen aan de voorwaarden die gelden voor het vormen van een HIR.
Het is niet toegestaan om deze HIR af te boeken op nieuwbouw, vooral als je na het beëindigen van stikstofbelastende activiteiten hierin investeert. Investeringen in nieuwbouw moeten in meer dan tien jaar worden afgeschreven, en de HIR vereist dat de nieuwe investering dezelfde economische functie heeft als de vervreemde investering. De huisvesting van bedrijfsactiviteiten heeft een andere economische functie dan de stikstofdispositieruimte, die je toestaat specifieke activiteiten uit te voeren. Daarom is afboeken op de HIR in dit geval niet mogelijk.
```