In 2022 komt een vrouw te overlijden, waarbij zij een testament uit 1986 heeft achtergelaten. In dit testament benoemt zij haar echtgenoot en dochter als erfgenamen, ieder met een gelijk aandeel van 50%. De echtgenoot ontvangt een legaat, waarbij hij de waarde en het vruchtgebruik van de volledige nalatenschap inbrengt. De dochter krijgt de bloot eigendom. De inspecteur legt een erfbelastingaanslag op van € 2.500, die later wordt verlaagd naar € 2.444. Hiertegen maakt de dochter bezwaar.
Verstoorde relatie met vader
De dochter heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard, waardoor zij geen toegang heeft tot de nalatenschap en de relatie met haar vader verstoord is. Via haar gemachtigde verzoekt zij haar vader om de erfbelasting te betalen. De vader laat via de executeur weten dat hij niet bereid is om de erfbelasting te voldoen. De dochter stelt dat er sprake is van een individuele en buitensporige last volgens het EVRM.
Beneficiaire aanvaarding betreft schulden, niet belastingheffing
De rechtbank oordeelt dat de beneficiaire aanvaarding geen invloed heeft op de verplichting tot betaling van erfbelasting. Deze aanvaarding heeft alleen betrekking op de aansprakelijkheid voor de schulden van de nalatenschap, en niet op de belastingheffing. Het moment van overlijden is bepalend voor de ontstaan van de belastingschuld. Als erfgename is de dochter erfbelasting verschuldigd over haar verkrijging van het bloot eigendom.
Weigering van de vader is een civielrechtelijke kwestie
De rechtbank merkt op dat de erfbelasting in principe door de vruchtgebruiker betaald moet worden. De weigering van de vader om de erfbelasting te betalen is echter een civielrechtelijke aangelegenheid die geen invloed heeft op het fiscale oordeel. Bovendien heeft de dochter niet overtuigend aangetoond dat zij in de toekomst feitelijk niets meer van de erfenis zal ontvangen. Daarom is er geen sprake van een individuele en buitensporige last. De aanslag blijft gehandhaafd.