
Als jij een partner hebt, heb je onder de Wet verhoging pensioenrichtlee (Wtp) recht op een partnerpensioen. Dit geldt voor zowel gehuwde als geregistreerde partners, maar ook voor samenwonende partners. Voor deze laatste groep is het niet nodig om een samenlevingscontract te bezitten; een samenlevingsverklaring kan volstaan om de partnerrelatie aan te tonen na overlijden.
In de praktijk betekent dit dat op basis van een 'huwelijks-/samenlevingsfrequentie' een partnerpensioen wordt verzekerd. Dit maakt het eenvoudiger om bij te houden wie al dan niet een partner heeft. Vanaf 18 jaar kom je als werknemer in aanmerking voor partnerpensioen.
Let op! Er bestaat geen verplichting om een partnerpensioen toe te zeggen.
Het partnerpensioen kan maximaal 50% van je salaris bedragen. In de praktijk ligt het gebruikelijke percentage tussen de 25 en 35%. Als je, zelfs als oudere werknemer, nog recht hebt op een opgebouwd partnerpensioen van een vorige werkgever (al dan niet premievrij), dan wordt dat bovenop het nieuwe partnerpensioen toegevoegd. Ook al wordt het overgangsregime na 2028 toegepast voor zittende werknemers met een (stijgende) beschikbare premiestaffel, moet het partnerpensioen aan de Wtp voldoen. Dit betekent dat het nieuwe partnerpensioen vergelijkbaar moet zijn met het oude, en indien nodig kan je kiezen voor een persoonlijke aanvulling.
Alle partnerpensioenen worden op risicobasis verzekerd. Bij uitdiensttreding, bijvoorbeeld wanneer je zzp'er wordt, vervalt de verzekering. Echter, voor personen die 'in between jobs' zitten (zoals tijdens een WW-periode) wordt de verzekering automatisch voortgezet en vaak kan deze later vrijwillig verdergezet worden. Het partnerpensioen wordt dan gefinancierd uit de spaarpot voor het ouderdomspensioen. Op de ingangsdatum van het pensioen moet je opnieuw beslissen of, en hoeveel, partnerpensioen je wilt 'aankopen'.
Daarnaast is er het wezenpensioen onder de Wtp, dat, indien toegezegd, tot de leeftijd van 25 jaar geldig blijft. Dit is een wijziging; eerder was de leeftijd tot 18 of maximaal 30 jaar. Het wezenpensioen bedraagt maximaal 10% van het salaris voor een halfwezen en 20% voor een volledig wezen. Ook dit wordt op risicobasis verzekerd.
Let op! Hoewel het nieuwe partnerpensioen niet ingewikkeld is, is het belangrijk dat het goed wordt geregeld en ook helder wordt gecommuniceerd.